11 oktober 2026 · 8 minuten
Fiscale eenheid btw bij 50/50-aandeelhouders
Fiscale eenheid btw bij 50/50-aandeelhouders: de klassieke regel, HvJ EU C-141/20, de conclusies van A-G Ettema en wat u aan stemafspraken moet vastleggen.
Bij een 50/50-verdeling van de aandelen is er volgens de Belastingdienst geen financiële verwevenheid, en dus geen fiscale eenheid btw. Er zijn twee wegen naar een andere uitkomst. De conclusie van A-G Ettema uit 2024 gaat over een aandeelhouder met 50% die in de praktijk zijn wil kan opleggen, en steunt daarvoor op HvJ EU C-141/20 (een lidstaat mag naast een meerderheidsbelang in beginsel niet ook een meerderheid van de stemmen eisen). De conclusie van 2025 bouwt voort op HR 1979 (aandeelhouders die als een eenheid samenwerken) en vraagt daarbij aantoonbare en bindende afspraken om de zeggenschap als eenheid uit te oefenen, en dat de aandeelhouders daar ook naar handelen. De Hoge Raad heeft hierover nog niet beslist.
Dit artikel is gericht op CFO's, controllers en adviseurs van groepen waarin twee aandeelhouders elk de helft houden. Het is algemene informatie en geen persoonlijk advies. Stand van zaken: 11 oktober 2026.
Wat is de klassieke regel voor financiële verwevenheid?
Voor vennootschappen met aandelenkapitaal is de financiële verwevenheid er in elk geval als de meerderheid van de aandelen, inclusief de daaraan verbonden zeggenschap, direct of indirect in dezelfde handen is. Met precies 50% is er geen meerderheid. De drie verwevenheden zijn bovendien cumulatief (artikel 7, vierde lid, Wet OB 1968).
De Belastingdienst formuleert het zo: "Ondernemingen zijn in elk geval financieel verweven als meer dan 50% van de aandelen, inclusief de zeggenschap daarover, van elk van de ondernemingen direct of indirect in dezelfde handen is." Het Beleidsbesluit belastingplicht en fiscale eenheid (par. 3.3.1) volgt dezelfde lijn, en de Hoge Raad overwoog in HR 18 februari 2022, r.o. 4.2.6 dat financiële verwevenheid moet worden aangenomen als ten minste de meerderheid van de aandelen, daaronder begrepen de zeggenschap, in dezelfde handen is. Het verschil met de 95%-eis van de VPB staat in Verwevenheid bij de fiscale eenheid btw.
Voor lichamen zonder aandelenkapitaal, zoals een stichting, telt een vergelijkbare financiële zeggenschap. Dit artikel gaat over vennootschappen met aandelen.
Het beleidsbesluit kent één route voor samenwerkende aandeelhouders (par. 3.3.2). Houden zij de aandelen gezamenlijk in onverdeelde eigendom en oefenen zij hun zeggenschap als eenheid uit, dan gelden de aandelen als in dezelfde handen. Het beleidsbesluit geeft ook een voorbeeld waarin drie vennootschappen stemafspraken maken, maar ieder het juridisch eigendom van de eigen aandelen houdt. Dan is er volgens het besluit geen financiële verwevenheid. Alleen stemafspraken zijn volgens de Belastingdienst dus niet genoeg.
Wat besliste het Hof van Justitie EU in Norddeutsche Gesellschaft für Diakonie?
Het Hof oordeelde op 1 december 2022 dat een lidstaat in beginsel niet naast een meerderheidsbelang in het kapitaal ook een meerderheid van de stemrechten mag eisen om een btw-groep te vormen. Het arrest gaat over de Duitse regeling. Het zegt niet zelf dat 50% volstaat.
In HvJ EU 1 december 2022, C-141/20, ECLI:EU:C:2022:943 (Norddeutsche Gesellschaft für Diakonie) hield een publiekrechtelijk lichaam 51% van de aandelen in een gmbh, zonder de meerderheid van de stemrechten. De Duitse regeling vroeg beide. Het Hof zag "nauwe financiële banden" als een Unierechtelijk begrip dat niet zo eng mag worden uitgelegd. De A-G bij de Hoge Raad leest dit arrest in haar conclusie van 2024 als bewijs dat de Nederlandse rechtspraak te streng is. Dat is haar lezing, geen uitspraak van het Hof.
Wat concludeerde A-G Ettema in 2024 en 2025?
In 2024 stelde de A-G dat een aandeelhouder met 50% voldoende financiële band heeft als hij zijn wil kan opleggen aan de vennootschap. In 2025 stelde zij dat aandeelhouders die als eenheid samenwerken samen de meerderheid kunnen houden, mits zij dat bindend hebben afgesproken en ook zo handelen. Beide zijn conclusies, geen uitspraken.
De conclusie van 26 juli 2024 (23/00708) betrof een bv met twee natuurlijke personen als aandeelhouders voor 50/50. Rechtbank en hof wezen de fiscale eenheid af op grond van het meerderheidscriterium. De A-G adviseerde de Hoge Raad het cassatieberoep gegrond te verklaren.
De conclusie van 12 december 2025 (24/02718)ging over twee aandeelhouders met elk 40% en samen nog 20% via een tussenholding, in feite dus ook 50/50. Dit is dezelfde zaak als het arrest van het hof hieronder. Het criterium "als eenheid samenwerken" uit HR 19 december 1979 is volgens de A-G geen uitzondering op de meerderheidseis, maar een manier om vast te stellen dat de meerderheid in dezelfde handen is. Daarvoor tellen de onderliggende rechtsbetrekkingen: partijen moeten hebben afgesproken de financiële zeggenschap als eenheid uit te oefenen en dienovereenkomstig hebben gehandeld. Omdat die afspraken niet waren aangetoond, adviseerde zij het beroep ongegrond te verklaren.
| Standpunt | Wat voldoet bij 50/50? | Status |
|---|---|---|
| Klassieke leer (Belastingdienst, beleidsbesluit, HR 2022) | Beleid: alleen aandelen in gemeenschappelijk (onverdeeld) eigendom of juridisch eigendom in een vof, met zeggenschap als eenheid (par. 3.3.2). Stemafspraken bij gescheiden juridisch eigendom volstaan niet. Rechtspraak: de meerderheid moet in dezelfde handen liggen (HR 2022); HR 1979 erkent een groep die als eenheid samenwerkt, de reikwijdte is onzeker. | Geldend beleid; Hoge Raad-lijn op dit punt niet uitgekristalliseerd |
| HvJ EU C-141/20 (2022) | In beginsel geen eis van meerderheidsbelang en daarnaast een meerderheid van de stemrechten. | Arrest, over de Duitse regeling |
| Conclusie A-G 2024 | 50% van de aandelen, als de houder zijn wil kan opleggen. | Conclusie, niet bindend |
| Conclusie A-G 2025 | Aandeelhouders die bindend afspreken de zeggenschap als eenheid uit te oefenen, en dat doen. | Conclusie, niet bindend |
Heeft de Hoge Raad al beslist?
Nee, voor zover wij konden vaststellen. Bij onze controle op 11 oktober 2026 op rechtspraak.nl vonden wij geen arrest van de Hoge Raad in zaak 23/00708 of in zaak 24/02718. Zolang dat zo is, blijft de klassieke leer het uitgangspunt van de Belastingdienst.
Controleer dit vóór u een standpunt inneemt: een arrest kan op elk moment verschijnen. Zoek op rechtspraak.nl naar de zaaknummers 23/00708 en 24/02718 of naar de conclusies ECLI:NL:PHR:2024:796 en ECLI:NL:PHR:2025:1356.
Wat moet een 50/50-groep nu vastleggen?
Leg vast dat de aandeelhouders hun stemrecht bindend als eenheid uitoefenen, en bewaar bewijs dat zij zo handelen, vanaf het moment dat u zich erop wilt beroepen. De A-G 2025 kijkt naar de onderliggende rechtsbetrekkingen en het hof vond verklaringen achteraf zonder steunbewijs onvoldoende (r.o. 4.9). Let op: het hof vond stemafspraken bij gescheiden juridisch en economisch eigendom ook in beginsel onvoldoende (r.o. 4.10).
Hof Arnhem-Leeuwarden 11 juni 2024, r.o. 4.9laat zien wat niet werkt. Een verklaring uit 2019 en een stemovereenkomst uit 2023 gaven geen bewijs voor 2013 tot en met 2016, zonder steunbewijs als e-mails of verslagen. En een afspraak dat de ene aandeelhouder zich "uit eigen beweging" voegt naar de andere, die hij kan opzeggen, is geen stemafspraak.
Het beleidsbesluit erkent zelf ook een route: breng het juridisch eigendom van de aandelen, inclusief de zeggenschapsrechten, in een vof of in gemeenschappelijk eigendom. Dan liggen de aandelen in dezelfde handen en kan financiële verwevenheid worden aangenomen (par. 3.3.2, hoofdtekst en voorbeelden 1 en 2). Dat is de route met het laagste risico, maar ze vraagt wel een daadwerkelijke overdracht.
Praktisch betekent dit, als uitgangspunt voor overleg met uw adviseur:
- Stemovereenkomst: bindend, niet eenzijdig opzegbaar voor de duur dat de fiscale eenheid moet gelden, en gericht op de besluiten waarmee de zeggenschap wordt uitgeoefend. Houd er rekening mee dat het beleidsbesluit bij gescheiden juridisch eigendom meer vraagt dan stemafspraken (par. 3.3.2).
- Statuten: controleer of de statutaire regeling past bij de stemovereenkomst, zodat beide hetzelfde zeggen over wie beslist.
- Patstellingen:regel wie beslist als de aandeelhouders het oneens zijn. Zonder zo'n regeling is het moeilijk aan te tonen dat de zeggenschap als eenheid wordt uitgeoefend.
- Bewijs: besluiten, notulen en correspondentie uit de periode zelf. De overeenkomst werkt niet terug.
- Certificering: pas op. Houdt een aandeelhouder na certificering alleen certificaten zonder stemrecht, dan is er volgens het beleidsbesluit in beginsel geen financiële verwevenheid meer. Financiële verwevenheid kan dan toch worden aangenomen als de bestuurder van de stichting administratiekantoor dezelfde persoon is als de (bestuurder van de) houder van de certificaten (par. 3.3.1).
Welk risico loopt u aan beide kanten?
Beide misgrepen kosten geld. Gaat u uit van een fiscale eenheid die er niet is, dan factureert u onderling zonder btw terwijl dat had gemoeten, met kans op naheffing. Gaat u uit van geen eenheid terwijl die er wel is, dan rekent u onderling btw die u als eenheid niet had hoeven rekenen. Dat kost geld als de afnemer die btw niet volledig kan aftrekken. De inspecteur kan u niet tegen uw wil als eenheid aanmerken voor een periode vóór de ingangsdatum van de beschikking (beleidsbesluit par. 3.6).
De btw-eenheid ontstaat van rechtswege als de verwevenheid er is, ook zonder beschikking. De beschikking is wel een voorwaarde voor hoofdelijke aansprakelijkheid (art. 43 Invorderingswet 1990). Bij een 50/50-structuur is dus onzeker of er een eenheid is. Is een van de leden een zuivere holding? Lees dan ook Holding in de fiscale eenheid btw.
Wanneer vraagt u een beschikking aan?
Vraag een beschikking aan zodra de bindende afspraken er zijn en u ze kunt onderbouwen. De inspecteur beslist bij een voor bezwaar vatbare beschikking, zodat u bij een afwijzing bezwaar kunt maken en uw standpunt kunt voorleggen aan de rechter.
Hoe de verzoekbrief eruitziet, staat in Fiscale eenheid btw aanvragen. Onze tool voor de fiscale eenheid btw legt per lid het aandeelhouderschap en de zeggenschap vast en neemt uw toelichting over in de verzoekbrief. De tool toetst aan de regel van meer dan 50% en meldt bij een 50/50-verdeling dat de financiële verwevenheid niet lijkt te zijn voldaan. Zij beoordeelt uw stemovereenkomst niet; die onderbouwing schrijft u zelf in het toelichtingsveld.
Wat betekent C-184/23 voor onderlinge facturen?
Als de eenheid bestaat, zijn onderlinge diensten niet belast. Het Hof bevestigde dat op 11 juli 2024 in Finanzamt T II (C-184/23, ECLI:EU:C:2024:599): diensten tegen vergoeding tussen leden van dezelfde btw-groep vallen buiten de btw, ook als de ontvanger de btw niet kan aftrekken. Meer daarover in Onderling factureren binnen een fiscale eenheid btw.
Veelgestelde vragen
Is een fiscale eenheid btw mogelijk bij 50/50-aandeelhouders?
Volgens de Belastingdienst in beginsel niet, tenzij de aandelen gezamenlijk in onverdeelde eigendom worden gehouden en als eenheid worden beheerd. Een ruimere uitkomst is denkbaar als de aandeelhouders bindend en aantoonbaar als eenheid stemmen, maar de Hoge Raad heeft dat nog niet bevestigd.
Volstaat een stemovereenkomst die ik nu opstel?
Volgens de A-G in 2025 kunnen bindende stemafspraken onder omstandigheden meetellen. Het beleidsbesluit wijst stemafspraken bij gescheiden juridisch eigendom echter af (par. 3.3.2, voorbeeld 2), en het hof vond ze in r.o. 4.10 in beginsel onvoldoende. Voor eerdere periodes telt een afspraak niet, zonder bewijs dat de afspraak er toen al was (Hof Arnhem-Leeuwarden, r.o. 4.9).
Wat als de Hoge Raad de A-G volgt?
Dan wordt de toets ruimer dan de huidige beleidsregel. Of de Belastingdienst zijn beleid dan aanpast, weten wij niet. Houd uw dossier gereed.
Geldt dit ook voor de fiscale eenheid vennootschapsbelasting?
Nee. Voor de VPB geldt een eigen bezitseis van 95%. Het verschil staat in Fiscale eenheid VPB of btw. De btw-voorwaarden vindt u in Voorwaarden fiscale eenheid btw.
Over deze pagina: opgesteld door Lowkey Automation (KvK 42057580, Amsterdam). De tool is ontwikkeld door een Nederlandse fiscalist. Laatst gecontroleerd aan de hand van de bronnen hieronder op 11 oktober 2026.
Bronnen
- Artikel 7 Wet op de omzetbelasting 1968
- Belastingdienst: voorwaarden fiscale eenheid
- Beleidsbesluit belastingplicht en fiscale eenheid omzetbelasting (Stcrt. 2024, 38545), par. 3.3.1 en 3.3.2
- HR 18 februari 2022, ECLI:NL:HR:2022:269
- HR 19 december 1979, ECLI:NL:HR:1979:6
- Conclusie A-G Ettema, 26 juli 2024, ECLI:NL:PHR:2024:796 (zaak 23/00708)
- Conclusie A-G Ettema, 12 december 2025, ECLI:NL:PHR:2025:1356 (zaak 24/02718)
- Hof Arnhem-Leeuwarden 11 juni 2024, ECLI:NL:GHARL:2024:3912