4 augustus 2026 · 6 minuten
Voorwaarden fiscale eenheid btw: de drie verwevenheden
Voorwaarden fiscale eenheid btw: drie cumulatieve verwevenheden (financieel >50%, organisatorisch, economisch), plus ondernemerschap en NL-vestiging.
De voorwaarden voor een fiscale eenheid voor de omzetbelasting zijn drie cumulatieve verwevenheden: financieel, organisatorisch en economisch. Daarnaast is elk lid ondernemer voor de omzetbelasting, is elk lid in Nederland gevestigd of heeft het een Nederlandse vaste inrichting, en is ten minste één lid een rechtspersoon. Voldoet uw groep aan al deze eisen, dan bestaat de fiscale eenheid van rechtswege (artikel 7, vierde lid, Wet op de omzetbelasting 1968).
Financiële verwevenheid: meer dan 50%
Aan de financiële verwevenheid is voldaan als meer dan 50% van de aandelen, inclusief de zeggenschap daarover, van elk van de ondernemingen direct of indirect in dezelfde handen berust. Dit is een andere drempel dan het 95%-bezitsvereiste van de fiscale eenheid VPB. Die twee worden in de praktijk vaak door elkaar gehaald: voor de btw is meer dan de helft genoeg, voor de vennootschapsbelasting moet vrijwel het volledige belang in dezelfde handen zijn.
Organisatorische verwevenheid
De ondernemingen staan onder één overkoepelende leiding die als eenheid functioneert, of de leiding van de ene onderneming is feitelijk ondergeschikt aan die van de andere. Het klassieke voorbeeld: dezelfde bestuurder voert de leiding over zowel de holding als de werkmaatschappij. Een gedeelde directie of overlappende statutaire bestuurders wijzen ook op organisatorische verwevenheid.
Economische verwevenheid
De ondernemingen hebben in hoofdzaak hetzelfde economische doel, of de ene onderneming verricht in belangrijke mate complementaire activiteiten voor de andere. Meer dan 50% aanvullende activiteiten is de vuistregel. De onderlinge betrekkingen mogen daarbij niet verwaarloosbaar zijn. De Hoge Raad heeft dit verduidelijkt in HR BNB 2014/7: er moet sprake zijn van niet-verwaarloosbare economische betrekkingen tussen de onderdelen, niet slechts van een toevallige band.
Overige voorwaarden
Naast de drie verwevenheden gelden objectieve eisen. Elk lid is ondernemer voor de omzetbelasting (artikel 7, eerste lid, Wet OB). Elk lid is in Nederland gevestigd, of neemt deel via een Nederlandse vaste inrichting. En ten minste één lid is een rechtspersoon; natuurlijke personen en personenvennootschappen mogen meedoen, maar niet als enige leden. Een zuivere, niet-moeiende holding is in beginsel geen ondernemer voor de btw en kwalificeert dus niet zonder meer als lid, ook niet als zij wel aan de drie verwevenheden voldoet.
Voldaan aan de voorwaarden? Dan bestaat de eenheid van rechtswege
Zijn de drie verwevenheden cumulatief aanwezig en is ook aan de overige eisen voldaan, dan bestaat de fiscale eenheid btw van rechtswege. U hoeft daar geen toestemming voor te vragen. Een beschikking van de inspecteur geeft wel zekerheid over het bestaan, de tenaamstelling en de aansprakelijkheid, maar werkt naar de toekomst en dus zonder terugwerkende kracht. Let bij toetreding van een nieuw lid op de hoofdelijke aansprakelijkheid van artikel 43 Invorderingswet 1990: elk lid kan worden aangesproken voor de volledige btw-schuld van de eenheid.
Voorbeeld
Holding B.V. houdt 100% van de aandelen in Werk B.V., dezelfde bestuurder voert de leiding, en Werk B.V. werkt in hoofdzaak voor de groep. De drie verwevenheden zijn aanwezig, dus de fiscale eenheid bestaat van rechtswege.
Aan de slag
Wilt u de verwevenheid van uw groep beoordelen en fiscale eenheid btw aanvragen? Lees ook Verwevenheid bij de fiscale eenheid btw voor een uitgebreide toelichting per verwevenheid.