18 juni 2026 · 6 minuten
Verwevenheid bij de fiscale eenheid btw: financieel, organisatorisch en economisch
De drie verwevenheden van artikel 7 lid 4 Wet OB 1968 zijn cumulatief. Uitleg van de >50%-eis, de gezamenlijke leiding en de economische band (HR BNB 2014/7).
Een fiscale eenheid voor de omzetbelasting ontstaat alleen als de ondernemers financieel, organisatorisch én economisch met elkaar verweven zijn (artikel 7, vierde lid, Wet op de omzetbelasting 1968). De drie voorwaarden zijn cumulatief: ontbreekt er één, dan is er geen fiscale eenheid. Hieronder lichten we elke verwevenheid toe.
1. Financiële verwevenheid
Aan de financiële verwevenheid is voldaan als meer dan 50% van de aandelen, inclusief de zeggenschap daarover, van elk van de ondernemingen direct of indirect in dezelfde handen berust. Het gaat dus om méér dan de helft, niet om het 95%-bezitsvereiste van de fiscale eenheid VPB. Dat verschil wordt vaak verward.
Bij een stichting of vereniging zonder aandelenkapitaal blijkt de financiële verwevenheid niet uit aandelen, maar uit een vergelijkbare zeggenschap, bijvoorbeeld via de samenstelling van het bestuur en de statuten. Onderbouw dat dan apart in het verzoek.
2. Organisatorische verwevenheid
De ondernemingen moeten onder één overkoepelende leiding staan die als eenheid functioneert, óf de leiding van de ene onderneming is feitelijk ondergeschikt aan die van de andere. Dezelfde bestuurders of een gedeelde directie versterken dit beeld. Een holding die de feitelijke leiding voert over de werkmaatschappij is een herkenbaar voorbeeld.
3. Economische verwevenheid
Economische verwevenheid is aanwezig als de ondernemingen in hoofdzaak hetzelfde economische doel hebben (bijvoorbeeld dezelfde klantenkring bedienen), of als de ene onderneming in belangrijke mate aanvullende activiteiten voor de andere verricht. De onderlinge betrekkingen mogen niet verwaarloosbaar zijn. De Hoge Raad heeft dit verduidelijkt in HR BNB 2014/7: het gaat om niet-verwaarloosbare economische betrekkingen tussen de onderdelen.
Een werkmaatschappij die nagenoeg uitsluitend presteert voor andere groepsleden is economisch verweven. Twee vennootschappen die los van elkaar opereren, elk met een eigen markt en zonder onderlinge prestaties, zijn dat niet.
De drie samen, plus de overige eisen
Naast de drie verwevenheden gelden objectieve eisen: elk lid is ondernemer voor de omzetbelasting (art. 7 lid 1 Wet OB), is in Nederland gevestigd of neemt deel via een Nederlandse vaste inrichting, en ten minste één lid is een rechtspersoon. Een zuivere, niet-moeiende houdster is in beginsel geen ondernemer en valt daarmee buiten de eenheid.
Voorbeeld
Holding B.V. houdt 100% van de aandelen in Werk B.V. (financieel), dezelfde bestuurder voert de leiding over beide (organisatorisch), en Werk B.V. werkt in hoofdzaak voor de groep (economisch). De drie verwevenheden zijn cumulatief aanwezig, dus de fiscale eenheid bestaat van rechtswege.
Beoordeel uw situatie
Wilt u weten of uw groep aan de drie verwevenheden voldoet en de verzoekbrief met motivering opstellen? Gebruik onze tool. Lees ook Fiscale eenheid btw van rechtswege over de gevolgen, en Fiscale eenheid btw aanvragen voor de stappen.