19 juli 2026 · 6 minuten

Een dochter toevoegen aan een bestaande fiscale eenheid VPB

Nieuwe BV toevoegen aan een bestaande fiscale eenheid VPB: de dochter moet zelf aan de 95%-eis voldoen, met eigen voegingstijdstip en 3-maandentermijn.

Ja, een nieuwe BV kan instromen in een bestaande fiscale eenheid VPB. De nieuwe dochter moet zelfstandig aan alle voorwaarden van artikel 15 Wet Vpb 1969 voldoen, inclusief het 95%-bezitsvereiste. U kiest een eigen voegingstijdstip voor die dochter en dient het verzoek uiterlijk drie maanden daarna in. De bestaande eenheid hoeft u niet opnieuw aan te vragen.

Moet de hele fiscale eenheid opnieuw worden aangevraagd?

Nee. Een bestaande fiscale eenheid blijft in stand; u voegt alleen de nieuwe dochter toe. In de praktijk betekent dit dat u voor de nieuwe maatschappij een aanvullend verzoek indient dat verwijst naar de bestaande eenheid (RSIN van de moedermaatschappij). U hoeft Deel A, het gedeelte over de moedermaatschappij, niet opnieuw in te vullen als de moeder al deel uitmaakt van een lopende eenheid; u vult Deel B in voor de nieuwe dochter. Controleer bij twijfel over de exacte procedure (aanvullend verzoek versus een nieuw compleet verzoek) rechtstreeks bij de Belastingdienst of met een adviseur, aangezien dit per situatie kan verschillen.

Aan welke voorwaarden moet de nieuwe dochter voldoen?

Dezelfde vijf voorwaarden als bij een eerste voeging gelden onverkort voor de nieuwe dochter:

  • De moedermaatschappij bezit ten minste 95% van de nieuwe dochter op alle vijf dimensies: juridisch eigendom, economisch eigendom, stemrechten, winstrecht en vermogensrecht bij liquidatie. Zie het 95%-bezitsvereiste voor de details.
  • De nieuwe dochter is een BV of NV.
  • De nieuwe dochter is feitelijk in Nederland gevestigd.
  • Het boekjaar van de nieuwe dochter sluit aan bij dat van de bestaande eenheid.
  • De nieuwe dochter is geen beleggingsinstelling (FBI of VBI).

Zijn de aandelen van de nieuwe dochter gecertificeerd via een stichting administratiekantoor, dan blokkeert dat het juridisch bezit en dus de voeging (HR BNB 1995/146).

Welk voegingstijdstip kiest u en wat is de termijn?

Net als bij de eerste voeging geldt de driemaandentermijn van artikel 15, negende lid, Wet Vpb 1969: het verzoek moet uiterlijk drie maanden na het gewenste voegingstijdstip bij de Belastingdienst binnen zijn. Wilt u de nieuwe dochter per de datum van de aandelenoverdracht of oprichting laten voegen, dien het verzoek dan tijdig in. De volledige rekenregel, inclusief hoe u met kalendermaanden rekent, staat in Fiscale eenheid VPB met terugwerkende kracht.

Voorbeeld: BV Moeder koopt op 1 mei 2026 alle aandelen in BV Nieuw. Wil de moeder BV Nieuw per 1 mei 2026 in de bestaande eenheid opnemen, dan moet het verzoek uiterlijk op 1 augustus 2026 bij de Belastingdienst zijn ingediend.

Wat zijn de fiscale gevolgen van toetreding?

Voorvoegingsverliezen blijven beperkt tot de eigen winst

Verliezen die de nieuwe dochter vóór het voegingstijdstip heeft geleden, gaan niet verloren, maar zijn na voeging alleen verrekenbaar met de winst die aan die dochter zelf is toe te rekenen (winstsplitsing, artikel 15ae Wet Vpb 1969). Lees de volledige regeling met rekenvoorbeeld in Voorvoegingsverliezen fiscale eenheid VPB verrekenen.

Onderlinge transacties worden neutraal vanaf het voegingstijdstip

Transacties tussen de nieuwe dochter en de rest van de eenheid zijn pas vanaf het voegingstijdstip fiscaal neutraal. Prestaties van vóór die datum vallen buiten de eenheid en tellen mee als transacties met een derde.

Hoofdelijke aansprakelijkheid gaat direct gelden

Zodra de nieuwe dochter is gevoegd, is zij hoofdelijk aansprakelijk voor de VPB-schulden van de gehele eenheid op grond van artikel 39 Invorderingswet 1990, ook voor schulden die vóór haar toetreding zijn ontstaan. Dit is een reden om de financiële positie van de bestaande eenheid vooraf te toetsen bij een overname.

Wat als de nieuwe dochter niet aan de eisen voldoet?

Voldoet de nieuwe dochter niet aan alle vijf voorwaarden, dan blijft zij buiten de eenheid en doet zij een eigen VPB-aangifte totdat aan de voorwaarden is voldaan. Een veelvoorkomende situatie: bij een overname in fasen bezit de moeder eerst minder dan 95%, bijvoorbeeld bij een earn-out constructie. Pas zodra het bezit boven de 95% komt, kan de voeging plaatsvinden.

Veelgestelde vragen

Kan de nieuwe dochter met terugwerkende kracht voegen tot vóór de aankoop van de aandelen?

Nee. Het voegingstijdstip kan niet liggen vóór het moment waarop de moeder aan het bezitsvereiste voldoet. Pas vanaf het moment dat de moeder 95% bezit, kan de driemaandentermijn beginnen te lopen voor die dochter.

Verandert de bestaande fiscale eenheid van RSIN of naam door de uitbreiding?

Nee. De bestaande eenheid en haar RSIN blijven ongewijzigd. De nieuwe dochter wordt toegevoegd aan de kring van de eenheid; de moeder blijft de aangifteplichtige.

Moet de nieuwe dochter ook een btw-fiscale eenheid vormen?

Dat is een aparte beoordeling. De fiscale eenheid omzetbelasting volgt niet automatisch de VPB-eenheid; zij ontstaat van rechtswege zodra aan de verwevenheidseisen is voldaan. Lees het verschil in Fiscale eenheid VPB of btw: wat is het verschil?.

Volgende stap

Controleer eerst of de nieuwe dochter aan alle voorwaarden voldoet met de voorwaardencheck. Stel daarna het verzoek op via onze tool. Meer over het regime als geheel: Wat is een fiscale eenheid VPB?.