13 juli 2026 · 5 minuten
Fiscale eenheid VPB met terugwerkende kracht: de 3-maandenregel
Terugwerkende kracht kan, maar het verzoek moet uiterlijk 3 maanden na het voegingstijdstip binnen zijn bij de Belastingdienst (art. 15 lid 9 Wet Vpb).
Een fiscale eenheid VPB kan met terugwerkende kracht ingaan, maar de termijn is strikt begrensd. Het verzoek moet uiterlijk binnen drie maanden na het gewenste voegingstijdstip bij de Belastingdienst zijn ingediend (artikel 15, negende lid, Wet Vpb 1969). Dient u later in, dan gaat de eenheid pas later in dan u wilde, of helemaal niet met terugwerkende kracht.
Wat zegt de wet precies?
Artikel 15, negende lid, Wet Vpb 1969 bepaalt dat het verzoek om een fiscale eenheid wordt gedaan uiterlijk drie maanden na het tijdstip waarop de fiscale eenheid geacht wordt te zijn tot stand gekomen. Dat tijdstip is het voegingstijdstip: de datum die u zelf kiest als startpunt van de eenheid. De termijn werkt dus terug vanaf de indieningsdatum, niet vooruit vanaf het voegingstijdstip.
Rekenvoorbeeld: wilt u voegen per 1 januari 2026, dan moet het verzoek uiterlijk op 1 april 2026 bij de Belastingdienst binnen zijn. Dient u het verzoek in op 15 april 2026, dan is 1 januari 2026 als voegingstijdstip niet meer haalbaar; de eenheid kan dan ten vroegste ingaan drie maanden vóór de daadwerkelijke indieningsdatum, of op de indieningsdatum zelf, afhankelijk van wat u aanvraagt.
Hoe telt u de drie maanden?
De Belastingdienst rekent in kalendermaanden, niet in dagen. Drie maanden terug vanaf 31 mei is 28 februari (of 29 februari in een schrikkeljaar), niet een vast aantal dagen zoals 90 of 92. Bij maanden met een verschillend aantal dagen wordt de einddatum neerwaarts afgerond op de laatste dag van de kortere maand. Reken dus niet met een dagentelling; tel per kalendermaand terug vanaf de voorgenomen indieningsdatum.
Voorbeeld: BV Moeder en BV Dochter willen voegen per 31 mei 2026. Het verzoek moet dan uiterlijk op 31 augustus 2026 zijn ingediend (drie kalendermaanden later). Omgekeerd geldt: dient u het verzoek in op 15 juli 2026, dan is 15 april 2026 de vroegst mogelijke voegingsdatum met terugwerkende kracht.
Waarom is de termijn zo strikt?
De driemaandentermijn is een vervaltermijn, geen termijn die kan worden verlengd door bijzondere omstandigheden. Overschrijdt u de termijn, dan blokkeert dat niet de fiscale eenheid zelf, maar wel de gewenste ingangsdatum. U kunt dan alsnog een verzoek indienen, maar met een later voegingstijdstip: ten vroegste drie maanden vóór de nieuwe indieningsdatum.
Dit raakt vooral overnames en reorganisaties rond jaareinde. Wordt een dochter overgenomen op 1 december, en wilt u voegen per die datum, dan loopt de termijn af op 1 maart van het jaar erna. Wacht u langer met indienen, dan mist u de aansluiting op het volledige boekjaar en ontstaat mogelijk een gebroken boekjaar voor de aangifte vennootschapsbelasting.
Praktische aanpak
- Bepaal het gewenste voegingstijdstip zo vroeg mogelijk, bijvoorbeeld direct na een aandelenoverdracht of oprichting.
- Reken de uiterste indieningsdatum na met kalendermaanden, niet met een dagentelling.
- Dien het verzoek ruim vóór de uiterste datum in: de Belastingdienst moet het compleet, ondertekend verzoek daadwerkelijk hebben ontvangen, niet alleen verzonden.
- Controleer ook de overige voorwaarden van artikel 15 Wet Vpb voordat u indient; zie Vereisten fiscale eenheid VPB 2026.
Verschil met de btw-eenheid
De fiscale eenheid omzetbelasting kent geen vergelijkbare terugwerkende-krachtregel: die eenheid ontstaat van rechtswege zodra aan de verwevenheid is voldaan, en de beschikking van de inspecteur werkt juist naar de toekomst, niet terug. Verwar de twee regimes niet; lees het verschil in Fiscale eenheid VPB of btw: wat is het verschil?.
Volgende stap
Meer over het regime als geheel: Wat is een fiscale eenheid VPB?. Doe de voorwaardencheck om te zien of uw groep aan de vereisten voldoet, en reken na welke indieningsdatum bij uw gewenste voegingstijdstip hoort voordat u het verzoek opstelt.