20 mei 2026 · 5 minuten

Vereisten voor een fiscale eenheid VPB in 2026

De wettelijke vereisten voor een fiscale eenheid VPB: bezitsvereiste, rechtsvorm, vestiging, boekjaar en termijn van indiening op een rij.

Om een fiscale eenheid VPB te vormen, moet u aan een aantal wettelijke vereisten voldoen. Deze staan in artikel 15 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969. Hieronder de vijf belangrijkste.

1. Het bezitsvereiste (95%)

De moedermaatschappij moet ten minste 95% bezitten van het nominaal gestort kapitaal van de dochtermaatschappij. Dat geldt op vijf dimensies tegelijk: juridisch eigendom, economisch eigendom, stemrechten, recht op winst en recht op vermogen bij liquidatie.

Voldoet de moeder op alle vijf dimensies aan de 95%-eis? Dan is het bezitsvereiste gehaald. Haalt ze het op één dimensie niet, dan kan de fiscale eenheid niet worden gevormd.

2. De rechtsvormeis

Niet alle rechtsvormen kunnen deelnemen aan een fiscale eenheid. De moedermaatschappij moet een BV, NV, coöperatie, onderlinge waarborgmaatschappij of woningwet-toegelaten instelling zijn. De dochtermaatschappij mag alleen een BV of NV zijn.

Een commanditaire vennootschap (CV), een stichting of een buitenlandse rechtsvorm die niet vergelijkbaar is met een BV of NV, komt niet in aanmerking.

3. De vestigingseis

Zowel de moeder als de dochter moeten feitelijk gevestigd zijn in Nederland. Bedrijven die in Nederland zijn opgericht maar feitelijk worden bestuurd vanuit het buitenland, voldoen hier niet aan.

Een buitenlandse entiteit met een vaste inrichting in Nederland kan onder bepaalde voorwaarden toch deelnemen. Raadpleeg een adviseur als dit op uw situatie van toepassing is.

4. De tijdvakeis (zelfde boekjaar)

Moeder en dochter moeten hetzelfde boekjaar hebben. Heeft de dochter een boekjaar dat niet gelijkloopt met dat van de moeder, dan kan de fiscale eenheid pas worden gevormd nadat het boekjaar van de dochter is aangepast. Dat vergt een statutenwijziging en kost tijd.

5. De termijn van indiening

Het verzoek tot vorming moet worden ingediend binnen drie maanden na het gewenste voegingstijdstip (artikel 15 lid 8 Wet Vpb 1969). Dient u later in, dan gaat de fiscale eenheid pas in per de datum van ontvangst.

Voorbeeld: u wilt de fiscale eenheid laten ingaan per 1 januari 2026. Het verzoek moet dan uiterlijk 1 april 2026 bij de Belastingdienst zijn.

Check of uw groep voldoet

Gebruik onze eligibility check om snel te zien of uw groep aan de vereisten voldoet.