20 mei 2026 · 6 minuten

Voorwaarden fiscale eenheid VPB: de vereisten in 2026

De wettelijke voorwaarden voor een fiscale eenheid VPB in 2026: bezit, rechtsvorm, vestiging, boekjaar, winstbepaling en termijn van indiening op een rij.

Om een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting te vormen, moet u aan een aantal wettelijke voorwaarden voldoen. Deze staan in artikel 15 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969. Hieronder eerst de beslistabel met elke voorwaarde, de wettelijke grondslag en de bekendste uitzonderingen; daarna lichten we elke voorwaarde toe.

Beslistabel: voldoet uw groep?

VoorwaardeGrondslagWat controleert uUitzondering of valkuil
95% bezit (juridische en economische eigendom, stemrechten, winst, vermogen)art. 15 lid 1aandeelhoudersregister, statuten, akte van aandelenoverdrachtMiddellijk bezit via al gevoegde of gelijktijdig te voegen dochters telt mee (art. 15 lid 3). Juridische en economische eigendom niet gelijktijdig verkregen: art. 4 Besluit fiscale eenheid 2003. Let op bij STAK-certificering.
Rechtsvorm moederart. 15 lid 4, onderdeel dKvK-uittrekselBV, NV, coöperatie, onderlinge waarborgmaatschappij, of een vereniging of stichting die als toegelaten instelling (Woningwet) belastingplichtig is (art. 2 lid 1, onderdeel d), of een vergelijkbaar buitenlands lichaam.
Rechtsvorm dochterart. 15 lid 4, onderdeel eKvK-uittrekselAlleen BV of NV, of een vergelijkbaar buitenlands lichaam.
Vestiging in Nederlandart. 15 lid 4, onderdeel cwaar de werkelijke leiding zitEen buitenlands lichaam met een Nederlandse vaste inrichting kan onder voorwaarden deelnemen (art. 15 lid 8). Papillon- of zuster-fiscale eenheid via een tussen- of topmaatschappij in de EU of EER.
Zelfde boekjaarart. 15 lid 4, onderdeel astatutenMoeder opgericht bij het aangaan, dochter in de loop van het boekjaar opgericht, of boekjaar nog niet statutair gelijk: art. 5 Besluit fiscale eenheid 2003.
Zelfde winstbepalingart. 15 lid 4, onderdeel bbijzondere regimes (beleggingsinstelling, tonnageregeling, functionele valuta)Uitzonderingen bij algemene maatregel van bestuur (art. 15 lid 7).
Aandelen niet als voorraadart. 15 lid 4, onderdeel faandeelhoudersregister 
Termijnart. 15 lid 9moment waarop het verzoek is gedaanIngangsdatum niet eerder dan drie maanden vóór het verzoek.

1. Het bezitsvereiste (95%)

De moedermaatschappij moet ten minste 95% bezitten van het nominaal gestort kapitaal van de dochtermaatschappij. Dat geldt op vijf dimensies tegelijk: juridisch eigendom, economisch eigendom, stemrechten, recht op winst en recht op vermogen bij liquidatie.

Voldoet de moeder op alle vijf dimensies aan de 95%-eis? Dan is het bezitsvereiste gehaald. Haalt ze het op één dimensie niet, dan kan de fiscale eenheid niet worden gevormd. Lees meer over de vijf dimensies van het bezitsvereiste.

2. De rechtsvormeis

Niet alle rechtsvormen kunnen deelnemen aan een fiscale eenheid. De moedermaatschappij moet een BV, NV, coöperatie, onderlinge waarborgmaatschappij of woningwet-toegelaten instelling zijn. De dochtermaatschappij mag alleen een BV of NV zijn.

Een commanditaire vennootschap komt niet in aanmerking. Een stichting of vereniging alleen als moeder, en alleen als toegelaten instelling volgens de Woningwet. Een buitenlandse rechtsvorm moet vergelijkbaar zijn met een bv of nv.

3. De vestigingseis

Zowel de moeder als de dochter moeten feitelijk gevestigd zijn in Nederland. Bedrijven die in Nederland zijn opgericht maar feitelijk worden bestuurd vanuit het buitenland, voldoen hier niet aan.

Een buitenlandse entiteit met een vaste inrichting in Nederland kan onder bepaalde voorwaarden toch deelnemen. Raadpleeg een adviseur als dit op uw situatie van toepassing is.

4. De tijdvakeis (zelfde boekjaar)

Moeder en dochter moeten hetzelfde boekjaar hebben. Heeft de dochter een boekjaar dat niet gelijkloopt met dat van de moeder, dan kan de fiscale eenheid pas worden gevormd nadat het boekjaar van de dochter is aangepast. Dat vergt een statutenwijziging en kost tijd.

5. Zelfde winstbepaling en geen voorraad

Voor moeder en dochter moeten dezelfde bepalingen voor het bepalen van de winst gelden (artikel 15 lid 4 onderdeel b Wet Vpb 1969). En de moedermaatschappij mag de aandelen in de dochter niet, middellijk of onmiddellijk, als voorraad houden (artikel 15 lid 4 onderdeel f).

6. De termijn van indiening

Het verzoek tot vorming moet worden ingediend binnen drie maanden na het gewenste voegingstijdstip (artikel 15 lid 9 Wet Vpb 1969). Dient u later in, dan kan de fiscale eenheid niet meer per het gewenste tijdstip ingaan, maar ten vroegste drie maanden vóór het moment waarop het verzoek is gedaan.

Voorbeeld: u wilt de fiscale eenheid laten ingaan per 1 januari 2026. Het verzoek moet dan uiterlijk 1 april 2026 bij de Belastingdienst zijn.

De nadere regels rond de vorming staan in het Besluit fiscale eenheid 2003, waaronder artikel 4 (eigendom niet gelijktijdig verkregen) en artikel 5 (boekjaar bij oprichting).

Check of uw groep voldoet

Wilt u weten hoe u de aanvraag indient? Lees dan hoe u een fiscale eenheid aanvraagt. Of gebruik direct onze eligibility check om snel te zien of uw groep aan de vereisten voldoet.

Over deze pagina: opgesteld door Lowkey Automation (KvK 42057580, Amsterdam). De tool is ontwikkeld door een Nederlandse fiscalist. Laatst gecontroleerd aan de hand van de bronnen hieronder op 3 oktober 2026.

Bronnen