30 juni 2026 · 7 minuten
Voorvoegingsverliezen fiscale eenheid VPB verrekenen
Voorvoegingsverliezen in de fiscale eenheid VPB verreken je alleen met de winst van diezelfde maatschappij. Zo werkt winstsplitsing onder art. 15ae.
Een voorvoegingsverlies verreken je binnen een fiscale eenheid alleen met de winst die aan diezelfde maatschappij is toe te rekenen, niet met de totale winst van de eenheid. Dat heet winstsplitsing en staat in artikel 15ae Wet Vpb 1969. Hieronder leest u hoe de verrekening van voorvoegingsverliezen precies werkt, met een rekenvoorbeeld en de gevolgen bij ontvoeging.
Wat zijn voorvoegingsverliezen?
Voorvoegingsverliezen zijn verliezen die een maatschappij heeft geleden in de jaren voordat zij in de fiscale eenheid werd opgenomen, dus van vóór het voegingstijdstip. Een holding of werkmaatschappij kan zo'n verlies meebrengen op het moment dat zij wordt gevoegd. Het verlies gaat niet verloren, maar de wet beperkt streng tegen welke winst u het mag afzetten.
De keerzijde bestaat ook: een voorvoegingswinst is winst van vóór het voegingstijdstip waartegen een later verlies van de eenheid kan worden afgezet (achterwaartse verrekening). Beide lopen via dezelfde toerekeningsregel.
Hoe verreken je een voorvoegingsverlies binnen de fiscale eenheid?
De verrekening van een voorvoegingsverlies met de belastbare winst van de fiscale eenheid vindt plaats voor zover die winst aan de betrokken maatschappij is toe te rekenen (artikel 15ae, eerste lid, onderdeel a, Wet Vpb 1969). De winst van de hele eenheid telt dus niet mee. Alleen het deel dat de verlieslatende BV zelf heeft verdiend, is beschikbaar voor verrekening.
Winstsplitsing: de winst toerekenen aan de juiste BV
Om te bepalen welk deel van de eenheidwinst aan een maatschappij toerekenbaar is, past u winstsplitsing toe. De winst van die maatschappij wordt berekend alsof zij geen deel uitmaakt van de fiscale eenheid, en vervolgens toegerekend voor zover die zelfstandig berekende winst in het resultaat van de eenheid tot uitdrukking komt. De methode staat in artikel 15ah Wet Vpb 1969. Onderlinge transacties binnen de eenheid worden bij de splitsing meegenomen, zodat de toerekening de werkelijke bijdrage van elke BV volgt.
De volgorde is dus: eerst de eenheidwinst splitsen om het eigen resultaat van de betrokken maatschappij te isoleren, daarna pas het voorvoegingsverlies afzetten tegen dat geïsoleerde bedrag.
Rekenvoorbeeld: voorvoegingsverlies van Dochter B
Stel: Holding BV vormt sinds 1 januari 2025 een fiscale eenheid met Dochter A BV en Dochter B BV. Dochter B bracht een voorvoegingsverlies van € 300.000 mee uit 2024. In 2025 bedraagt de belastbare winst van de eenheid € 500.000.
Na winstsplitsing blijkt het eigen resultaat:
- Holding BV: € 0
- Dochter A BV: € 380.000 winst
- Dochter B BV: € 120.000 winst
Het voorvoegingsverlies van Dochter B (€ 300.000) mag alleen worden verrekend met de aan Dochter B toerekenbare winst van € 120.000. Er wordt dus € 120.000 verrekend en € 180.000 blijft staan als voorwaarts te verrekenen voorvoegingsverlies van Dochter B. De winst van Dochter A (€ 380.000) blijft volledig belast: u kunt het verlies van B daar niet tegen afzetten, ook al zit alles in één eenheid.
Volgorde en de grens van € 1 miljoen
Sinds 1 januari 2022 zijn verliezen onbeperkt voorwaarts verrekenbaar in de tijd, maar per jaar geldt een plafond: u verrekent maximaal € 1 miljoen plus 50% van de belastbare winst boven € 1 miljoen (artikel 20, tweede lid, Wet Vpb 1969). Dit plafond wordt berekend over de belastbare winst van de fiscale eenheid als geheel.
Voorbeeld: heeft de eenheid in 2026 een belastbare winst van € 3 miljoen, dan is dat jaar maximaal € 1 miljoen + 50% × (€ 3 miljoen − € 1 miljoen) = € 2 miljoen aan verliezen verrekenbaar. Minstens € 1 miljoen blijft dus belast. Bij een voorvoegingsverlies gelden twee beperkingen naast elkaar: het plafond van artikel 20 over de winst van de eenheid als geheel, en de grens van de aan die ene maatschappij toerekenbare winst (artikel 15ae). Het samenspel tussen beide kan in de praktijk complex zijn. De Belastingdienst beschrijft de hoofdregel van verliesverrekening in de vennootschapsbelasting.
Wat gebeurt er bij ontvoeging?
Bij ontvoeging maakt artikel 15af Wet Vpb 1969 onderscheid tussen twee soorten verliezen, met elk een eigen regime.
Een resterend voorvoegingsverlies van de dochter (artikel 15af, eerste lid, onderdeel a) blijft of wordt na ontvoeging weer verrekenbaar met die dochter zelf. Dat verlies was altijd al van de dochter; tijdens de eenheid was alleen het gebruik ervan beperkt. Het herleeft van rechtswege en daarvoor is geen verzoek nodig.
Binnen de eenheid geleden verliezen die aan de vertrekkende dochter zijn toe te rekenen (artikel 15af, eerste lid, onderdeel b) horen normaal bij de moedermaatschappij. Alleen deze verliezen worden met de dochter meegegeven, en uitsluitend op gezamenlijk verzoek van moeder en dochter (artikel 15af, tweede lid). In dat verzoek maken zij aannemelijk welk deel aan de dochter is toe te rekenen. U doet het verzoek bij de aangifte van de moedermaatschappij over het laatste voegingsjaar (artikel 15af, derde lid). Meer over het einde van de eenheid leest u in onze uitleg over het verbreken van een fiscale eenheid.
Voorvoegingsverlies en voorvoegingswinst naast elkaar
Dezelfde toerekeningsgedachte werkt twee kanten op. Onderstaande tabel vat het samen.
| Situatie | Wat verreken je? | Grondslag |
|---|---|---|
| Voorvoegingsverlies van een BV | Tegen de aan die BV toerekenbare winst van de eenheid | art. 15ae lid 1 onderdeel a |
| Verlies van de eenheid | Tegen de voorvoegingswinst van de betrokken BV (achterwaarts) | art. 15ae lid 1 onderdeel b |
Het achterliggende principe: binnen de eenheid kan niet méér worden verrekend dan zou kunnen als de maatschappij geen deel van de fiscale eenheid was geweest.
Veelgestelde vragen
Mag ik een voorvoegingsverlies tegen de winst van een andere groeps-BV afzetten?
Nee. Door winstsplitsing mag een voorvoegingsverlies alleen tegen de eigen winst van diezelfde maatschappij. De winst van andere maatschappijen in de eenheid telt daarvoor niet mee (artikel 15ae lid 1 onderdeel a).
Vervalt een voorvoegingsverlies na verloop van tijd?
Nee. Sinds 1 januari 2022 zijn verliezen onbeperkt voorwaarts verrekenbaar. Wel geldt het jaarplafond van € 1 miljoen plus 50% van de winst daarboven (artikel 20 lid 2 Wet Vpb 1969).
Wat als de betrokken BV in een jaar geen eigen winst heeft?
Dan is er dat jaar geen toerekenbare winst en blijft het voorvoegingsverlies volledig staan. Het schuift door naar een later jaar waarin die BV wel winst maakt.
Kan ik het voorvoegingsverlies meenemen als de BV de eenheid verlaat?
Een resterend voorvoegingsverlies herleeft bij ontvoeging van rechtswege bij de dochter zelf, zonder verzoek (artikel 15af, eerste lid, onderdeel a). Een gezamenlijk verzoek is alleen nodig om binnen de eenheid geleden verliezen die aan de dochter toerekenbaar zijn met haar mee te geven (artikel 15af, eerste en tweede lid, onderdeel b).
Aan de slag
Voorvoegingsverliezen zijn een belangrijke afweging vóórdat u voegt. Lees ook de bredere voordelen van een fiscale eenheid en de voorwaarden voor een fiscale eenheid VPB. Wilt u weten of uw groep kan voegen? Gebruik dan onze check of uw groep een fiscale eenheid kan vormen.
Laatst bijgewerkt: 30 juni 2026. Dit is algemene informatie, geen persoonlijk fiscaal advies. Laat uw situatie toetsen door een adviseur.