19 juli 2026 · 6 minuten
Aangifte vennootschapsbelasting binnen een fiscale eenheid: hoe werkt dat?
Binnen een fiscale eenheid VPB doet alleen de moeder één gecombineerde aangifte. Onderlinge transacties vallen weg en het lage tarief geldt één keer.
Binnen een fiscale eenheid VPB doet alleen de moedermaatschappij aangifte, en wel één gecombineerde aangifte voor de gehele groep. De dochtermaatschappijen doen zelf geen afzonderlijke aangifte zolang zij deel uitmaken van de eenheid. Onderlinge transacties tussen de gevoegde maatschappijen vallen weg uit de winstberekening, en het lage VPB-tarief geldt maar één keer voor de hele eenheid.
Wie is aangifteplichtig binnen de fiscale eenheid?
De moedermaatschappij is de aangifteplichtige voor de VPB van de gehele fiscale eenheid. Zij dient één aangifte in over het gezamenlijke, geconsolideerde resultaat van alle gevoegde maatschappijen. De dochtermaatschappijen blijven wel zelfstandig belastingplichtig, maar hun belastingschuld wordt via de moeder afgedragen. Dat volgt uit de kern van artikel 15 Wet Vpb 1969: de belasting wordt geheven alsof er één belastingplichtige is.
Hoe wordt de gezamenlijke winst berekend?
De winst van elke gevoegde maatschappij wordt eerst afzonderlijk bepaald volgens de gewone regels van de vennootschapsbelasting. Daarna worden de resultaten van alle maatschappijen bij elkaar opgeteld tot één belastbaar bedrag voor de eenheid. Correcties op het niveau van de individuele maatschappij, bijvoorbeeld voor niet-aftrekbare kosten, blijven wel per maatschappij van toepassing.
Wat gebeurt er met onderlinge transacties?
Transacties tussen gevoegde maatschappijen worden voor de VPB geëlimineerd. Verkoopt BV Moeder goederen aan BV Dochter, dan telt die onderlinge omzet niet mee in de belastbare winst van de eenheid: winst en kosten heffen elkaar op. Ook interne dienstverlening, management fees en interne rente tussen gevoegde maatschappijen spelen fiscaal geen rol. Dat maakt reorganisaties en overdrachten van activa binnen de groep in beginsel fiscaal neutraal, al gelden daar wel uitzonderingen op zoals de 15ai-sanctie bij een latere ontvoeging.
Voorbeeld: BV Werkmaatschappij factureert BV Moeder € 150.000 aan managementfee. Binnen de fiscale eenheid heft deze fee zichzelf op: de kostenaftrek bij de moeder en de opbrengst bij de werkmaatschappij verdwijnen allebei uit de geconsolideerde aangifte.
Wat kost het lage tarief binnen een fiscale eenheid?
Het opstaptarief van 19% over de eerste € 200.000 winst (artikel 22 Wet Vpb 1969) geldt binnen een fiscale eenheid maar één keer voor de hele groep, in plaats van per BV. Dit is een reëel nadeel voor groepen met meerdere winstgevende maatschappijen die elk afzonderlijk onder de € 200.000 zouden blijven. De volledige berekening met rekenvoorbeeld staat in Nadelen en risico's van een fiscale eenheid VPB.
Wie is aansprakelijk als de aangifte niet klopt of niet wordt betaald?
Elke maatschappij die deel uitmaakt van de fiscale eenheid is hoofdelijk aansprakelijk voor de VPB-schulden van de gehele eenheid, op grond van artikel 39 van de Invorderingswet 1990. De Belastingdienst kan een openstaande aanslag van de eenheid dus verhalen op elke gevoegde maatschappij, ook als de belastingschuld feitelijk is ontstaan door de activiteiten van een andere maatschappij binnen de groep. Dit blijft ook gelden na ontvoeging, voor schulden die tijdens het lidmaatschap zijn ontstaan.
Hoe verhoudt de aangifte VPB zich tot verliesverrekening?
Een verlies van de ene maatschappij verrekent binnen de aangifte onmiddellijk met de winst van een andere gevoegde maatschappij, zonder apart verzoek. Dat is een van de kernvoordelen van de eenheid. Voor verliezen van vóór de voeging geldt een striktere regel: die verrekenen alleen met de eigen winst van diezelfde maatschappij (winstsplitsing). Zie Voorvoegingsverliezen fiscale eenheid VPB verrekenen voor de details en een rekenvoorbeeld.
Veelgestelde vragen
Moet een dochtermaatschappij een eigen VPB-aangifte indienen?
Nee, zolang zij deel uitmaakt van de fiscale eenheid doet alleen de moedermaatschappij aangifte. Zodra de dochter de eenheid verlaat, moet zij vanaf dat moment weer zelf aangifte doen.
Kan de Belastingdienst een dochter apart aanslaan?
De aanslag wordt aan de moedermaatschappij opgelegd, maar de hoofdelijke aansprakelijkheid van artikel 39 Invorderingswet 1990 betekent dat de Belastingdienst een openstaande schuld ook op een dochter kan verhalen.
Telt de omzet van dochtermaatschappijen mee voor drempels zoals de innovatiebox?
Voor faciliteiten die op het niveau van de fiscale eenheid worden beoordeeld, gaat het om het geconsolideerde resultaat van de eenheid als geheel, niet om de resultaten per afzonderlijke maatschappij. De precieze toepassing verschilt per faciliteit; raadpleeg bij twijfel een adviseur of belastingdienst.nl.
Volgende stap
Overweegt u een fiscale eenheid te vormen om de aangifte te vereenvoudigen? Doe eerst de voorwaardencheck. Lees ook Voordelen van een fiscale eenheid VPB en Nadelen en risico's van een fiscale eenheid VPB. Meer over het regime als geheel: Wat is een fiscale eenheid VPB?.